Mijn …eh… debuut bij …eh… Omroep Zuidplas

Mijn …eh… debuut bij …eh… Omroep Zuidplas

En toen stond ik ineens met een opnameapparaatje in de hand aan de rand van het dorp Moerkapelle. Een opnameapparaatje in plaats van pen en blocnote, die ik als schrijvend journalist altijd hanteerde. Dat kan maar één ding betekenen: ik ben aan de slag gegaan als vrijwilliger bij de lokale omroep in Zuidplas. Inderdaad: Omroep Zuidplas.

Al jaren zat ik te popelen om aan de slag te gaan bij de omroep in de gemeente waar ik ook voor de krant schreef. Maar destijds deed ik dat toch maar niet, omdat ik voor de krant eigenlijk al 24 uur per dag, 7 dagen per week met de gemeente en haar inwoners bezig was. Wel had ik allerlei wilde plannen, die ik hier later nog wel een keer uit de doeken doe.

Hoe dan ook: sinds de krant in januari ophield te bestaan, heb ik even afgewacht. Maar met de zomer op komst en een herverdeling van mijn tijd achter de rug, besloot ik eindelijk te doen wat ik al langer wilde: bij de radio. En bij de website, want Omroep Zuidplas is ook lekker actief op de eigen website.

Mensen, radio is gewoon een prachtig medium. Bij mij thuis staat de radio altijd aan. Sinds jaar en dag. Al op mijn zolderkamertje – in de jaren ’80 – in Gouderak scande ik via de ether de lokale stations in de Krimpenerwaard af. Ik was zo’n ventje dat elke vrijdag op zijn fietsje de Top-40 ging halen in Gouda. En daarop markeerde welke liedjes ik goed vond. Om die vervolgens met mijn cassettedeckje op te nemen. Ja, ‘play’ en ‘record’ tegelijkertijd indrukken en dan zo nauwkeurig mogelijk de pauzetoets loslaten. Honderden cassettebandjes flanste ik in elkaar, waarmee ik mijn fietstochtjes naar school in Gouda aangenamer maakte. Dat deed ik met behulp van *retro-alert!* dit apparaat.

Om een lang verhaal kort te maken: ik zit inmiddels bij de radio en in mijn eerste week hield ik mij bezig met twee onderwerpjes. De uitbreiding van het dorp Moerkapelle. In mijn krantentijd had ik er al veel over geschreven, dus dat maakte het vrij eenvoudig de juiste mensen en de juiste info te vinden. Ik regelde twee interviewtjes terplaatse.

Eindredacteur Marien Mulder, inmiddels zo ongeveer een kwarteeuw bij de lokale omroep – vroeg mij een dag voor de uitzending tussen neus en lippen door: “Zeg, moet ik het interview doen, of doe jij dat?” Tja. Meteen ‘all the way’, dacht ik maar. We gingen niet live in de uitzending, dat leek me nog een brug te ver. We maakten de gesprekken semi-live. Ofwel: ik nam het gesprek op en dat zouden we laten, zonder monteren, in de lucht knallen. Dat opnemen had overigens ook een praktische reden: één van de gasten was niet beschikbaar op het ‘live’-moment…

Voordat ik u aan het luisteren zet, wil ik alleen nog even vermelden wat een verschil het is, schrijvend journalist zijn of je klusje voor de radio doen. Waar ik voorheen zo één of anderhalf uur door kon praten met een geïnterviewde en daarna eerst kon nadenken hoe ik alles zou verwoorden, moest ik nu anders werken. Want ik wilde natuurlijk wel de essentie van het onderwerp bij de spreekwoordelijke kladden pakken. Ik wist vantevoren dat het gesprekje zes of zeven minuten mocht duren. En dat heeft invloed, kan ik alvast verklappen.

Want naast goed luisteren naar wat de gast vertelt, moet je ook de tijd in de gaten houden. Heb ik alle onderwerpen aangesneden? Ben ik geen belangrijke zaken vergeten? Heb ik geen domme vragen gesteld? Was het duidelijk voor de luisteraar?

Zaterdagochtend maakte ik twee interviews. De eerste was met Jeroen Schilt en Irma van den Ende van de stichting Moerkapelle Verdubbelt. We deden het gesprek aan de rand van het gebied waar ooit huizen moeten komen. Daarna sprak ik – ook terplaatse – met Martien Zijderhand, voorzitter van vv Moerkapelle en tevens raadslid voor GBZ in de raad van Zuidplas. De lokale voetbalclub moet deels verplaatst worden om ruimte te bieden aan de nieuwe wijk. Hieronder kunt u dit laatste gesprek beluisteren:

En hieronder het interviewtje met twee bestuursleden van de stichting Moerkapelle Verdubbelt:

 


Stukje zelfevaluatie? …eh…eeeh….eh…eh… Maar voor de rest wel aardig. Niet überkritisch, want geloof me: er is nog wel meer te zeggen over de verplaatsing en de gevolgen. Maar voor een 6-minutengesprekje is het wel redelijk gegaan. Al zeg ik het zelf…