Heerlijk rustig en vrij wonen in een oude molen

Heerlijk rustig en vrij wonen in een oude molen

MOERKAPELLE – De zes molenstompen aan de Rottedijk in Moerkapelle en de bijbehorende zevende molenstomp aan de Middelweg – aan het eind van de Grote Duikertocht, waardoor het water naar de Rottedijk werd gepompt – vormen samen een unieke molenzevengang. Uniek, omdat het nog nauwkeurig een beeld geeft van de manier waarop de polder ooit, in de zeventiende eeuw, is drooggemalen. Dit stuk historisch erfgoed moet bewaard blijven en daarom wordt het gebied als ‘beschermd gebied’ aangestipt. Enkele molens moeten worden gefundeerd, omdat ze anders verzakken en als het ware over de oude watergang ‘breken’. Charlotte Vellenga woont al sinds 1969 (met een kort uitstapje elders in Moerkapelle) in de poldermolen nummer 3. Ook deze molen wordt opgeknapt.

Unieke molenzevengang blijft behouden voor nageslacht

“Hoe we hier terecht zijn gekomen? Nou, dat is wel grappig. Ik kom uit Rotterdam en voor de trouwerij van mijn broer waren mijn toenmalige vriend en ik ooit op zoek naar een plek om een autorally uit te zetten. Toen kwamen we bij toeval in dit gebied terecht. Er woonde toen wel iemand, maar mijn vriend had nogal een vlotte babbel en kreeg het voor elkaar dat de molenaar de molen wilde verkopen. Toen hebben mijn ouders de molen gekocht en zijn mijn toenmalige echtgenoot en ik er gaan wonen. Het mooie van het wonen in dit gebied is de vrijheid, de ruimte, de rust. En natuurlijk het wonen in een molen zelf. Het aparte daarvan. We zitten hier nu lekker in het zonnetje, maar bedenk wel dat het in de winter anders is. Dan loeit de wind soms door de molen. Toch denk ik dat we in 1969 nog niet beseften hoe bijzonder het is, om zo te wonen, midden in de Randstad.”

Charlotte Vellenga (58) woont inmiddels samen met haar vriendin Iris van der Brugge in de molen. De molen is de derde in de molenzevengang van polder de Honderd Morgen of Wilde Veenen. Het is de eerste polder in het hoogheemraadschap van Schieland die werd ontgonnen. In 1646 werd door Schieland toestemming gegeven voor deze drooglegging. Eigenlijk is dit gebied het eerste deel van het polderlandschap rond Moerkapelle, Zevenhuizen en Nieuwerkerk dat droog werd gemalen. Het feit dat de molens waarmee dat gebeurde er allemaal nog staan, is heel bijzonder. Heel kort samengevat is het zo dat in de Middeleeuwen het land werd afgewaterd via de Rotte. In die tijd werd het veen afgestoken, waardoor de turf kon worden gebruikt om te stoken. Door dat afsteken ontstonden grote waterplassen. Die werden vervolgens vanaf de zeventiende eeuw drooggemalen met watermolens. Zo is feitelijk elke polder ontstaan, waarbij de diepst gelegen gebieden als laatste werden drooggemalen. In ons gebied is het deel tussen Gouda en Nieuwerkerk, ten zuiden van de A20, het diepst.

Bouwpakket
De poldermolen nummer 3, één van de twee middelste molens van de molenzevengang, is in 1652 geplaatst. Waarschijnlijk is het een molen die van een andere plek kwam. Hij is als bouwpakket in elkaar gezet. Dat is bijvoorbeeld nog te zien door de nummers die in de steunbalken zijn gekerfd. Dwars door de molen loopt de watergang, waarin het waterrad draaide dat door de wieken werd aangedreven. Het water werd uit de tussenboezem een etappe hoger gemalen, totdat het uiteindelijk bij de bovenste molen in de Rotte werd gepompt. De watergang is met ijsselsteentjes gemaakt, maar de rest van de molen stond niet op zo’n stevige fundering. “In de loop van de eeuwen is het waterpeil nogal veel veranderd. Door het inklinken van de grond zie je dat de molen wegzakt. Kijk maar, op sommige plekken zie je scheuren ontstaan.”

Vellenga: “We willen de molen onderheien, omdat ‘ie anders langzaam maar zeker wegzakt. Daar zijn we al een jaar mee bezig. Dat de gemeente het gebied nu als beschermd wil aanwijzen, komt toevallig samen met onze plannen. De gemeente ziet ook dat het een mooi gebied is. We hebben een status als gemeentelijk monument aangevraagd en gekregen. Daarmee hopen we wat hulp te krijgen.” Twee molens in de zevengang zijn rijksmonument. Eén daarvan is de wipmolen ‘De Oorsprong’. Die heet zo, omdat hij staat op de plek waar de Rotte haar oorsprong vindt. Het riviertje is daar niet meer dan een meter breed. Iets noordelijker van de oorsprong staat molen nummer 6. Dit is de hoogste molen. Als je goed kijkt, zie je dat deze molen behoorlijk scheef staat. De molen heeft net nieuwe eigenaren gekregen, die de molen ook gaan laten onderheien. Dat onderheien is een flinke klus. Vellenga: “Eerst wordt de hele binnenkant beneden uitgegraven. Dan worden er stalen buizen in de grond gedrukt. Twaalf meter diep, want op die diepte begint de zandlaag. Onze molen hoeft niet te worden rechtgezet, alleen gestabiliseerd.” Het onderheien wordt gedaan door aannemer Smit uit Gouda en de rest van de klus wordt overigens uitgevoerd door de Moerkapelse aannemer De Graaf. Dit bedrijf heeft haar wortels in de molenwereld. De vader van Dirk de Graaf was molenaar in Bleiswijk. De werkzaamheden gaan in oktober beginnen.

Meeste molens in polder Honderd Morgen of Wilde Veenen waren ‘tweedehandsjes’
De polder Honderd Morgen of Wilde Veenen en de bijbehorende zeven molenstompen zijn uniek om een aantal redenen. Ten eerste omdat het de eerste polder in het gebied van Schieland is die is drooggemalen en zelfs de eerste droogmakerijk in Zuid-Holland. Dat van de zeven molens die deze klus hebben geklaard de stompen er nog staan, mag gerust bijzonder worden genoemd. Ze zijn elk rond de driehonderdvijftig jaar oud. Bijzonder is ook dat het zeer grote molens waren, met hoogten van 25 tot 29 meter.

Wat verder bijzonder is, is dat er verschillende soorten molens zijn gebruikt. De eerste molen die werd geplaatst, was de wipmolen De Oorsprong. Voor deze molen werd in 1622 toestemming gegeven. De hele polder mocht vanaf 1646 worden drooggemalen. De initiatiefnemer was jonkheer Warnard van der Wel, waarnaar in Moerkapelle ook een straatnaam is vernoemd. Van der Wel was ook een soort uitvinder. Hij had een soort pomp bedacht, waarmee volgens hem de polder het best kon worden drooggemalen. Het resultaat viel echter zo tegen, dat toch maar gewone schepradmolens werden gebouwd. Uiteindelijk betekende deze tegenvallen het faillissement voor Van der Wel. Toen zijn spullen in 1651 werden geveild, bleken er maar twee molens te staan. De wipmolen De Oorsprong (nummer vier) en de schepradmolen nummer vijf, ten zuiden van de wipmolen. Slecht nieuws voor de droogmakerij, want er was al veel geld in het project gestoken. Om kosten te besparen werd voor de overige benodigde molens naar tweedehands exemplaren uitgekeken. Dat is kennelijk gelukt, want alle molens in de Wilde Veenen zijn verschillend. De ondermolen ten noorden van de wipmolen en de wipmolen zelf werden uitgevoerd met een vijzel. Vijzelen was sinds 1640 een nieuw gebruikte techniek. Hypermodern, in die tijd.

1100 gulden
Ook de polder ten westen van de Rotte, ‘de Honderdveertig Morgen’ is door de Moerkapelse molens drooggemalen. Hiertoe werd een duiker van de ene naar de andere polder aangelegd. Dit gebeurde tussen 1715 tot het einde van de windbemaling.
In 1924 werd Moerkapelle aangesloten op het elektriciteitsnet en werd een elektrische gemaal gebouwd. De kappen van de molen werden afgebroken en verkocht. Daarna werden de molens aan de molenaars verkocht. Wat zo’n molen kostte? Molen nummer 3 van Charlotte Vellenga ging in 1925 voor 1100 gulden van de hand gedaan aan Jacobus Brandhorst. De stomp werd bedrijfswoning van het nieuwe gemaal.
Na de drooglegging werd het gebied verkaveld en zijn verspreid over het gebied boerderijen gebouwd, zoals ’t Land van Belofte aan de Noorddijk 5 (gemeentelijk monument) en ‘de Stolpenburg’ aan de Herenweg 54 (rijksmonument). De droogmaling is bepalend geweest voor de geschiedenis van Moerkapelle. Er ontstond een nieuwe toekomst als agrarisch gebied.